RECORD: Anon. 1882. [Review of Earthworms]. "'t Is maar een worm!" Apeldoornsche Courant, no. 16 (22 April): 2.

REVISION HISTORY: Transcribed by Christine Chua and edited by John van Wyhe. 10.2021. RN1

NOTE: See the record for this item in the Freeman Bibliographical Database by entering its Identifier here.


[page] 2

"'t Is maar een worm!"

De vorming van tuin, of plantaarde door de werkzaamheid der wormen, is de title van een onlangs verschenen werk van Charles Darwin. Dit geminachte dier, dat wij van jongs af gewend zijn in het stof te vertreden verschijnt ons na de lezing daarvan in een geheel ander licht. Niet alleen oefent de worm volgens Darwin een beduidenden invloed uit op het wel en wee van ons geslacht, maar is hij zelfs de grootste voldoener van den mensch: hij is namelijk de ploeger der natuur, de voorploeger van den landbonwer. Darwin deelt ons mede, dat wij het in de eerste plaats aan de wormen te danken hebben, dat de geheele oppervlakte van den bodem in elk eenigzins vochtig land door een plantaardige aardlang bedekt is, die dezen vruchtbaar maakt en door den worm voortdurend bemest en vernieuwd wordt; hoe doet hij dit? De beschrijving van den worm zelf geeft het antwoord op deze vraag; hij heeft oogen noch ooren, maar in de plaats daarvan een buitengewoon ontwikkeld verteringsorgaan en daarbij een bijzondere voorliefde voor bladeren en bloembollen. Die bladeren gebruikt hij niet alleen tot voedsel maar ook om de wanden van de gaten, waarin hij wegkruipt, te bekleeden, waarschijnlijk on zijn lichaam niet in aanraking met den kondeu grond te brengen. Dikwijls voert hij ook de wanden met een laag fijne, donkere en zorgvuldig glad gestreken aarde, die zich juist naar den vorm van zijn lichaam voegt en plooit. Hieruit maakt Darwin op, dat de worm met overleg en volgens een vooaf beraamd plan te werk gaat; zijn grooste kunst en gewichtigste bezigheid bestaat echter daarin, dat hij onophoudelijk aarde en zeer kleine steentjes inslokt en deze in zijn lichaam verwerkende, de aarde bemest en vruchtbaar maakt. Daar de grond onder onze voeten krielt van wormen, zoodat een enkele bunder soms niet minder den [6 words illeg] de oppervlakte der aarde dien ten gevolge aan een voortdurende verandering onderworpen. In sommige streken is de jaarlijks opgeworpen massa niet minder dan 5 centimeter diep. Bladeren, steenen en andere voorwerpen, die onaangeroerd bleven, waren na verloop van eenige jaren begraven onder een laag van dezen door de wormen achtergelaten mest. Zij bewijzen den oudheidkundige soms gewichtige diensten, wijl zij door de mestlaag de overblijfselen van gesteenten voor den vernielenden invloed van her weder beschermen; en het is zeer wel mogelijk dat vercheidene oud-Romeinsche landsteden op die wijs behouden zijn gebleven. Dit is de hoofdinhoud van Darwin's jongste boek. Zooals in al zijn andere werken, bepaalt de schrijver zich ook hierin tot de mededeeling van de feiten en laat hij de gevolgtrekking aan de lezers zelf over.


This document has been accessed 178 times

Return to homepage

Citation: John van Wyhe, ed. 2002-. The Complete Work of Charles Darwin Online. (http://darwin-online.org.uk/)

File last updated 14 December, 2022